Reikhalzend zullen we allemaal hebben uitgekeken naar het einde van de winter. Na zoveel regen en vervolgens kou, sneeuw, ijzel, mist, leek het eindeloos te duren. Ons ongeduld is begrijpelijk en onterecht, want onder het geweld van al die winterperikelen werd er in de tuin langzaam maar zeker toegewerkt naar een nieuw groeiseizoen. De voorbodes, zoals cyclaampjes, longkruid, en natuurlijk sneeuwklokjes en krokussen, waren al zichtbaar aan het worden. En natuurlijk de toverhazelaars, die gaan ook gewoon aan de gang, koud en nat of niet.

Al die genoemde vroege bloeiers zijn bijna te zien op deze ene foto. En iedere dag zie je meer. Misschien is de tuin in februari en maart wel spannender dan in het hoogseizoen: zoveel te zien!

Straks, als het volop voorjaar is, zijn de Annapouwlona’s dé publiekstrekkers, met hun lila bloemen op het naakte hout. Nu vallen ze ook op. De zaaddozen van vorig jaar wapperen in de wind. Als je goed luistert, hoor je de zaden ratelen in hun dozen.

Vanuit de keuken zien we dit. Eerst verschijnen de sneeuwklokjes, ieder jaar meer. Dan volgen de krokussen, ook ieder jaar meer. En ook nog de grappige verrassingen van nieuwe zaailingen met nieuwe kleuren.

Het mooist zijn ze in de volle zon.

De toverhazelaars worden ieder jaar wat voller. Daardoor zie je steeds beter op wat grotere afstand dat ze staan te bloeien. En het kan nog beter: onlangs waren we weer eens bij Arboretum Kalmthout, vlakbij Antwerpen. Daar hebben ze een enorm landgoed vol met toverhazelaars, die soms al honderd jaar oud zijn.

Van al die prachtige aandachtstrekkers in het vroege voorjaar kan er geen een op tegen de cyclaampjes: zo kleurrijk, zo helder en steeds maar weer zich verspreidend.

En de volgende fase alweer. In allerlei soorten en maten laten de narcissen zich zien.